Blog Plastic Tinder?

8 oktober 2019

Gelukkig groeit het aanbod van gerecyclede kunststoffen. En langzaam stijgt ook de vraag naar gerecyclede kunststoffen. Door mismatches tussen de twee is er een kans dat het materiaal te veel wordt 'gedowncycled'. Dit moeten we zoveel mogelijk voorkomen om de belofte van een circulaire economie te realiseren. Dit vraagt om een goede match van vraag en aanbod, en dat vergt een realistische kijk op de eisen die aan (gerecycled) materiaal en verwerkingsprocessen worden gesteld. Net zoals in menselijke relaties kunnen we alleen een goede match vinden als we onszelf kennen. Tijd voor een plastic tinder?

Vraag en aanbod koppelen

Nu het aanbod aan recycled plastic begint te groeien, wordt het steeds belangrijker om vraag en aanbod goed aan elkaar te koppelen. En dit gaat niet alleen om de kwantiteit (ook al is dat nog te weinig) maar misschien nog wel meer over kwaliteit als we een duurzaam systeem willen. Helaas wordt er nog te veel kunststof 'gedowncycled'. Dit betekent dat de kwaliteit van het gerecyclede materiaal en de toepassing ervan lager zijn dan de originele toepassing. Natuurlijk kun je een discussie voeren over wat de kwaliteit bepaalt van een toepassing van recycled materiaal, maar kort door de bocht neem ik hier even aan dat als het gerecyclede materiaal niet weer in de originele toepassing gebruikt kan worden, het materiaal is 'gedowncycled'. Willen we naar een circulaire economie, dan moet dit zoveel mogelijk beperkt worden. Helaas is het tot nul terugbrengen van kwaliteitsverlies thermodynamisch gezien niet mogelijk, tenzij je bereid bent er veel energie in te stoppen om verontreinigingen te verwijderen of de vezelkwaliteit te vergroten. En die energie is niet alleen kostbaar, maar gezien de noodtoestand van het klimaat is het maar de vraag of de (fossiele) energie eindeloos gebruikt kan worden. Chemische recycling biedt theoretisch de mogelijkheid om de kwaliteit van gerecycled plastic te verbeteren, maar dit komt wel met een hoog energie-prijskaartje. Bovendien is de technologie nu nog niet beschikbaar, tenzij je kleurstof wilt verwijderen uit rPET. Daarom zullen we ons vooral moeten richten op de optimalisatie van de hele keten van (mechanische) recycling; van productontwerp tot afval, van inzameling tot verwerking. Alhoewel dit begint met gescheiden inzameling als een eerste stap om de kwaliteit van het materiaal relatief hoog te houden, vergt het optimalisatie van alle vervolgstappen en optimalisatie over de gehele keten.

Aanbod stijgt

Tot voor kort was één van de voornaamste problemen voor plastic recycling het beschikbare aanbod in voldoende volume, op het goede moment, en van een consistente kwaliteit. Plastic recycling gebeurt (nog) op een veel kleinere schaal dan de productie en verwerking van primaire (of virgin) plastics, wat tot een barrière leidt voor de toepassing in belangrijke markten voor kunststofproducten. Gelukkig stijgt nu het aanbod en de capaciteit van gerecyclede kunststoffen, waardoor voldoende materiaal kan worden aangeboden aan de grotere markten. Verpakkingen, bijvoorbeeld, gebruiken 40% van het plastic in Europa en wereldwijd. Zonder inzet van recyclaat in deze deelmarkt kan er geen serieuze, succesvolle, volwassen markt voor gerecycled kunststof bestaan. Er begint nu een markt te ontstaan. Maar daarmee zijn we er nog niet. Net zoals voor bijvoorbeeld staal, papier en glas, moet er een markt ontstaan voor kunststoffen, ongeacht of deze nu recycled of primair van origine zijn. Bovendien stellen we als maatschappij ook eisen aan de markt, zoals aan elke markt. Een markt is een (allocatie-) middel, en geen doel op zich (hoewel dat door sommige mensen wel eens door elkaar gehaald wordt). Eén van de redenen dat we kunststoffen recyclen is om de milieu-impact van onze productie en consumptie te verminderen, omdat we nu op veel vlakken tegen grenzen aanlopen wat onze aarde nog kan verdragen. Dit is dus één van de voorwaarden die de maatschappij stelt aan de markt voor kunststoffen. Dit betekent dat de productie van primaire materialen, die veel grondstoffen en energie nodig heeft en daarmee een grote milieudruk veroorzaakt, zoveel mogelijk omlaag moet. En dit kan alleen bereikt worden als gerecycled materiaal het primaire materiaal goed kan vervangen. Het liefst zelfs één op één voor de oorspronkelijke toepassing. Ook alleen dan kan er sprake zijn circulariteit. Zo niet, dan is er eerder sprake van een (neerwaartse) spiraaleconomie. En dat bekt toch een stuk minder lekker dan de circulaire economie, niet?

Tinder

Hoe zorgen we er nu voor dat we volume, beschikbaarheid, en kwaliteit op een goede manier aan elkaar koppelen? Misschien is dat eigenlijk net zo als in de relaties die we aangaan. Hoe vinden we onze match, onze partner, onze soulmate? In het verleden kwam je elkaar soms toevallig tegen in de kroeg, de vereniging, of andere ontmoetingsplekken. En nu is er tinder… minder romantisch, maar wel veel vraag en aanbod. Waren er in het verleden recyclers die welwillende bedrijven vonden op beurzen of ander gelegenheden die wel eens wilden experimenteren met recyclede kunststoffen, kunnen we dat nu misschien op een andere manier organiseren. Het 'swipen' van vragers en aanbieders van recyclede kunststof om elkaar te vinden lijkt echter niet meteen de juiste weg. Uiteindelijk is er voor een goede relatie meer nodig. Een goede relatie vereist dat we samen groeien, elkaar en onszelf beter leren kennen, en waar nodig gezamenlijk compromissen zoeken. Dus voor we nu partijen gerecyclede kunststof naar links of rechts gaan 'swipen' is het tijd om onszelf te onderzoeken. Voor de aanbieder van gerecyled materiaal betekent dit onder meer om materiaal van voldoende en consistente kwaliteit met de noodzakelijke frequentie te kunnen leveren. En voor de gebruiker betekent dit dat je een goed begrip moet hebben van wat je echt nodig hebt. Hoe zuiver moet het materiaal echt zijn? Kunnen we de toekomst van de relatie verbeteren door het productontwerp aan te passen of machines anders in te regelen, zodat er ook in de toekomst voldoende hoge kwaliteit gerecyclede plastic beschikbaar is? Alleen als beide partijen aan de relatie werken, kan er een volwassen relatie, en een volwassen markt, ontstaan.

Zelfonderzoek

Voor andere materialen bestaat al langer een goede relatie tussen aanbieders en gebruikers. Verschillende toepassingen eisen andere materiaalkwaliteiten, maar duidelijke normen en specificaties zorgen ervoor dat primair en secundair materiaal elkaar ontmoeten en aanvullen. En hoewel downcycling ook hier niet wordt voorkomen, en dus ook deze sectoren een uitdaging hebben binnen een circulaire economie, is dit een groter probleem voor kunststof. Vergeleken met de andere materialen staat de markt voor (recyclede) kunststoffen in de kinderschoenen, en is het nu tijd om gerecycled kunststof een serieuze plek te geven. Dit vereist dus zelfonderzoek bij de producenten van kunststofproducten om de grenzen op te zoeken van wat je werkelijk nodig hebt. Zonder dat zelfonderzoek is elke relatie gedoemd te mislukken. Producenten moeten serieus aan de slag om meer recycled materiaal in producten te kunnen gebruiken. Gelukkig is een aantal bedrijven al druk bezig met dit zelfonderzoek. Voor anderen is het nodig dat de sociale omgeving voldoende druk uitoefent om tot zelfonderzoek over te gaan. Het begin dit jaar afgesloten Plastic Pact geeft een stimulans aan de aangesloten bedrijven om serieus te onderzoeken hoe ze meer gerecycled kunststof kunnen gebruiken. Uiteindelijk is er waarschijnlijk meer sturing nodig om tot een volwassen markt te komen, waaraan alle partijen deelnemen. Deze sturing zal van de overheid moeten komen om te zorgen dat er voldoende materiaal van hoge kwaliteit beschikbaar blijft en vergroting van de vraag, hetzij door regelgeving of door economische sturing om de volledige kosten van primair materiaal in rekening te brengen. Zo zijn onder andere de kosten van klimaatverandering en andere milieueffecten niet in de prijs van fossiele brandstof en daarmee kunststof opgenomen. Hierdoor is deze eigenlijk te goedkoop en geeft dit oneerlijke concurrentie met gerecycled kunststof, terwijl dat met een lagere milieudruk wordt geproduceerd.

Volwassen relatie

Kortom, het is nu tijd om serieus aan de slag te gaan met deze relatie, te investeren in de relatie, zodat deze tot bloei kan komen. En dit betekent dat alle partijen serieus moeten onderzoeken hoe zij deze relatie tot een succes kunnen maken om voorbij het tinder-stadium te komen. Dit betekent werk voor aanbieders en gebruikers om elkaars behoeftes beter te begrijpen, en wensen aan te passen om tot een duurzame relatie te komen. Een relatie die niet alleen duurzaam is voor de betrokken partijen maar ook voor de wereld. En dat betekent voor de overheid werk om voor goede omstandigheden zorg te dragen waarin deze relatie kan opbloeien. En soms betekent dit, zoals elke ouder weet, dat je regels moet stellen om de partijen in de relatie dichter bij elkaar te brengen, zodat deze zich voorbij het stadium van de eerste aantrekkingskracht en kalverliefde ontwikkelt. Dit kan voorkomen dat ook de kwaliteit van de relatie downcyclet, en dat we de goede stappen zetten richting een duurzame relatie én een duurzame samenleving.

Deze blog is onderdeel van een serie waarin diverse schrijvers zijn uitgenodigd hun persoonlijke visie te geven op een uitdaging om vraag en aanbod van gerecyclede kunststoffen van huishoudelijk afval beter op elkaar aan te sluiten.

Wilt u reageren op deze blog, stuur dan een email naar KVG@rws.nl.


Ernst Worrell

Ernst Worrell

Ernst Worrell is professor ‘Energy, Resources & Technological Change’ aan de Universiteit Utrecht in het Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling. Zijn onderzoek richt zich op het efficiënt gebruik van energie en grondstoffen, en omvat zowel technische, economische als beleidsanalyses, inclusief energie- en afvalmanagement. Hij is auteur van vier rapporten voor de IPCC, dat in 2007 de Nobel Vredesprijs ontving. Hij is (co-) auteur van meer dan 300 publicaties. Het Handbook of Recycling van zijn hand ontving in 2014 de ISWA-prijs voor beste publicatie in het vakgebied.