Blog 100% recyclebare verpakkingen?

2 september 2019

Het klinkt zo eenvoudig en we horen het steeds vaker: deze verpakking is 100%/ helemaal/ goed/ optimaal recyclebaar. Worden hiermee geen verwachtingen gewekt die in de praktijk lastig waar te maken zijn? Of versimpelen we, met zijn allen, het begrip recyclebaar niet te veel? Wat wordt er precies bedoeld met recyclebaar?

Recyclebare verpakkingen zijn hip! Dat laten verschillende initiatieven zien, zoals de pledges van grote bedrijven die naar aanleiding van het World Economic Forum in Davos in 2018 zijn uitgesproken. Of de bedrijven die zich aansluiten bij New Plastic Economy van de Ellen MacArthur Foundation. In Nederland zijn afspraken over verpakkingen vastgelegd in het recent ondertekende Plastic Pact en in de Transitieagenda’s Kunststoffen en Consumptiegoederen. Doelstellingen variëren van het alleen nog op de markt brengen van 100% recyclebare verpakkingen in 2025[1] tot de ambitie dat 100% van de verpakkingen herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar is in 2025[2]. Allereerst triggeren ze mij tot het nadenken over de vraag wat de definitie is van een recyclebare verpakking en vervolgens of alle betrokken partijen dezelfde definitie voor ogen hebben. Met deze ambities en streefpercentages is niks mis. Het is juist heel mooi dat bedrijven aan de slag willen met het verduurzamen van hun verpakkingen, maar wanneer je doordenkt over wat goed recyclebaar is binnen het huidige recyclingsysteem, lijkt streven naar 100% ambitieus. Achter recyclebare verpakking gaan meer uitgangspunten, afwegingen, interpretaties en door te hakken knopen schuil[3].

PlacticPactNL_bron_Duurzaam-OndernemenNL

Bron: duurzaam-ondernemen.nl

Recyclecheck

Dat werd duidelijk tijdens het ontwikkelen van de KIDV Recyclecheck voor vormvaste kunststof verpakkingen, die het KIDV een jaar geleden lanceerde. Aan de hand van dit instrument kan een producent op relatief eenvoudige wijze bepalen of de gebruikte vormvaste kunststof verpakking goed recyclebaar of niet-optimaal recyclebaar is in het huidige systeem van inzamelen, sorteren en recyclen. Aan de hand van een beslisboom wordt de gebruiker een beknopt aantal vragen gesteld over het materiaal van het hoofdcomponent van de verpakking en over verpakkingsonderdelen die mogelijk invloed hebben op de sortering en recycling, zoals doppen of etiketten. Het belangrijkste onderdeel van de Recyclecheck is misschien niet eens die beslisboom die tot uitsluitsel leidt, maar de achterliggende informatie. Hierin wordt toegelicht waarom bepaalde stoffen uit de verpakking verstorend werken tijdens de recycling of waarom de betreffende verpakking überhaupt niet in de juiste kunststofverpakkingsstroom terecht komt. Met als doel om de producent of retailer die de verpakking op de markt brengt te laten nadenken over (kleine aanpassingen in) het ontwerp van de verpakking.

KIDV_Recyclecheck_bron_KIDV

Bron: KIDV

Uitgangspunten

De uitgangspunten die bij de ontwikkeling van de Recyclechecks van het KIDV zijn gehanteerd, kunnen helpen bij het realiseren van de ambities waaraan producenten en importeurs van verpakkingen (maar ook inzamelaars, sorteerders en recyclers) zich committeren met betrekking tot recyclebare verpakkingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat een verpakking überhaupt bij de recycler terecht moet komen. Dat betekent dat de recyclingstappen als wassen, malen en smelten belangrijk zijn, maar het misschien nog wel belangrijker is dat de verpakking allereerst bij de juiste verpakkingsstroom wordt ingezameld en gesorteerd. In de huidige praktijk van inzamelen, sorteren en recyclen van verpakkingsafval is (gelukkig!) continu sprake van ontwikkelende recyclingsystemen en een voortdurende zoektocht naar innovaties om het rendement van de ingezamelde grondstoffen te verhogen en de kwaliteit van de grondstoffen te verbeteren. Het is niet eenvoudig om een strik te knopen om een continu ontwikkelend systeem en te bedenken dat dit het huidige recyclingsysteem is. Dit is echter wel noodzakelijk om een definitie te bepalen van recyclebaarheid en zo nu en dan de peilstok te kunnen steken om de vorderingen in de mate van recyclebaarheid te kunnen bepalen.

Een voorbeeld is het lonkende perspectief van verschillende chemische recyclingtechnieken. Deze technieken kunnen de recyclebaarheid vergroten van verpakkingen die op dit moment nog moeilijk te recyclen zijn en in de huidige stroom mix kunststoffen terecht komen of te veel vervuild zijn met kleurstoffen of additieven. Dan rijst de vraag: moeten we hier nu dan al op inspringen wanneer we een verpakkingsontwerp kritisch onder de loep nemen? Of is een recyclingtechniek pas bewezen wanneer deze operationeel is en recyclaat oplevert dat, zo circulair als mogelijk, opnieuw toepasbaar is in een verpakking?

Rendabel of niet

Een ander uitgangspunt bij het bepalen van de recyclebaarheid van een verpakking is dat het recyclingsysteem economische belangen kent die van invloed zijn op het al dan niet apart inzamelen of sorteren van bepaalde typen kunststof verpakkingen. Met als gevolg dat verpakkingen van bepaalde typen kunststof technisch goed recyclebaar zijn, maar in het huidige recyclingsysteem nog een te klein aandeel vormen om apart ingezameld of gesorteerd te worden. Bijvoorbeeld verpakkingen gemaakt van PLA (een polymeer, meestal op basis van suikers en zetmeel). Wanneer verpakkingen gemaakt van PLA tijdens het sorteren en recyclen gescheiden worden van de oil-based kunststof verpakkingen kunnen deze vervolgens gerecycled worden. Het aandeel PLA verpakkingen op de totale stroom kunststof verpakkingen is echter zo klein, dat het economisch onrendabel is om deze stroom in te zamelen met de andere kunststof verpakkingen. Net als voor andere materialen is hiervoor een minimale, kritische hoeveelheid nodig. Zijn deze verpakkingen dan ‘recyclebaar’ te noemen, of toch niet?

Verder komt een aanzienlijk deel van de kunststof verpakkingen nu terecht in de stroom mix kunststoffen en wordt verwerkt in dikwandige toepassingen. De bielzen, planken of bermpaaltjes die ervan gemaakt worden zijn een vorm van materiaalhergebruik, waardoor het inzetten van andere grondstoffen niet nodig is. Dat er denigrerend wordt gedacht over het toepassen van kunststof verpakkingsafval in de spreekwoordelijke bermpaaltjes is daarom wat mij betreft niet terecht, maar het materiaal kan op dit moment niet opnieuw toegepast worden in een verpakking. In een circulaire economie kunnen verpakkingen in een volgend leven terugkomen als verpakkingen. Dan dient de stroom mix verpakkingen zo klein mogelijk te zijn. Door verpakkingen beter recyclebaar te maken, komen de verpakkingen in de stroom mono-verpakkingen terecht en kunnen er na recycling nieuwe producten en verpakkingen van worden gemaakt.

Bron_Story_of_stuff

Bron: Story of stuff

Eén definitie

Laten we dus streven naar één definitie van het begrip recyclebare verpakking. Dit schept duidelijkheid, waarna gewerkt kan worden aan de verschillende wegen die naar die recyclebare verpakking leiden. Op basis van de hierboven beschreven uitgangspunten pleit ik er allereerst voor dat niet alleen het verpakkingsmateriaal recyclebaar is, maar dat de aandacht uitgaat naar het totale verpakkingsontwerp en hoe deze verpakking wordt afgedankt, ingezameld en gesorteerd om vervolgens gerecycled te worden. Ten tweede is het huidige recyclingsysteem een begrip met een veranderende betekenis; het systeem innoveert continu dus er moet een vinger aan de pols worden gehouden wat betreft technische- en marktontwikkelingen. Een verpakking die in het huidige systeem niet-optimaal recyclebaar is, kan over een aantal jaar na materiaal- en systeeminnovaties met vlag en wimpel te recyclen zijn. Ten derde spelen niet alleen technische materiaaleigenschappen van de verpakking een rol, maar is ook van belang op welke schaal het materiaal in verpakkingen wordt toegepast, de schaalgrootte moet economisch rendabel zijn.

En wat betekent dit voor de doelstellingen voor recyclebaarheid waar dit stuk mee aftrapte? Mijn conclusie is dat het streven naar 100% recyclebare verpakkingen vooral ambitieus is.  Hiervoor moet eerst een aantal stappen worden gezet. Allereerst kan een gezamenlijke en eenduidige definitie van recyclebaar voor verduidelijking zorgen. En laten we dan vervolgens, bij het vaststellen van die gezamenlijke definitie, een ketenbenadering hanteren. Samenwerking en afstemming tussen ketenpartijen kan bijdragen aan het verbeteren van de recyclebaarheid. Een derde aandachtspunt is dat we innovaties niet onbedoeld moeten tegenhouden door te veel te focussen op de huidige stand van zaken van materialen die worden toegepast in verpakkingen, tot de systemen die de verpakkingsmaterialen verwerken. Laat de ambities en ondertekende afspraken een inspiratie zijn of een prikkeling tot nadenken over verpakkingsontwerp. Zij kunnen bijdragen aan het goed inzamelen van het verpakkingsafval en aanjagen om te innoveren in de sortering en recycling. Zij zorgen er voor dat bedrijven aan de slag gaan met de verduurzaming van verpakkingen, soms met vallen en opstaan, en het geeft vooral een impuls voor alle ketenpartijen om samen te werken.

KIDV_keten_bron_KIDV

Bron: KIDV

[1] Artikel 1.2 uit het Plastic Pact https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/02/20/plastic-pact-nl

[2] https://www.ellenmacarthurfoundation.org/news/11-companies-take-major-step-towards-a-new-plastics-economy

[3] Al deze afwegingen en uitgangspunten gelden niet alleen bij het bepalen van de recyclebaarheid van vormvaste kunststof verpakkingen. Op dit moment ontwikkelt het KIDV een Recyclecheck voor flexibele kunststof verpakkingen en voor verpakkingen gemaakt van papier en karton. Hierbij spelen dezelfde keuzes en afwegingen.

Deze blog is onderdeel van een serie waarin diverse schrijvers zijn uitgenodigd hun persoonlijke visie te geven op een uitdaging om vraag en aanbod van gerecyclede kunststoffen van huishoudelijk afval beter op elkaar aan te sluiten.

Wilt u reageren op deze blog, stuur dan een email naar KVG@rws.nl.


GS_VDBERG 600

Daphne van den Berg

Daphne van den Berg werkt sinds januari 2017 als projectleider bij het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV). Hier heeft zij aan verschillende projecten en onderzoeken gewerkt, bijvoorbeeld naar het sluiten van de kunststofverpakkingsketen en de kansen voor chemische recycling van kunststof verpakkingen.

Op dit moment begeleidt zij een aantal van de innovatiepilots in het KVG-programma en houdt zich bezig met het stimuleren van de toepassing van gerecycled kunststof in verpakkingen en start-ups in de verpakkingsketen.

Voordat Daphne bij het KIDV aan de slag ging, was zij onder andere werkzaam als adviseur afval en materialen bij Rijkswaterstaat en als beleidsadviseur bij de VNG. Daphne heeft milieuwetenschappen gestudeerd in Nijmegen en sociale geografie in Utrecht.