Blog Vijftig tinten grijs: Producten van gerecycled plastic zijn veel spannender

12 november 2019

Bedrijven gebruiken voor veel producten nog onnodig ‘virgin’ plastic, plastic gemaakt van aardolie. Dat grootschalige gebruik van maagdelijk plastic is helemaal niet nodig. Producten van gerecycled plastic hoeven helemaal niet saai te zijn. Bovendien kunnen bedrijven er goed aan verdienen.

Wat voor kleur heeft de verpakking van uw shampoo? Is de verpakking van uw shampoo misschien doorzichtig, net als bij mij thuis? Of is die van u wellicht goudkleurig, paars of groen? En hoe zit het met de shampoo van uw gezinsleden? Grote kans dat uw douche een bonte verzameling is van verschillende merken en kleuren.

Voor al deze verpakkingen is waarschijnlijk ‘virgin’ plastic gebruikt, plastic gemaakt van aardolie. Maar het gebruik van al dat maagdelijke plastic is meestal helemaal niet nodig voor bijvoorbeeld shampooflessen, tuinmeubels of winkelmandjes. Ten opzichte van virgin plastic scheelt het gebruik van recyclaat ongeveer de helft van de CO2-uitstoot. Bedrijven die kunststofproducten verkopen zouden daarom veel meer gebruik moeten maken van kunststof recyclaat. Daarbij is van belang dat producenten niet dezelfde technische eisen stellen aan recyclaat als aan ‘virgin’. Zo heeft recyclaat vaak een geur of een grauwe kleur. Verpakkingen voor voedsel en medicijnen mogen weliswaar niet zomaar van gerecycled plastic worden gemaakt, maar maakt dat recyclaat nou echt onbruikbaar voor bijvoorbeeld verpakkingen van industriële of agrarische producten?

Recycling en de toepassing van recyclaat hebben duidelijk de toekomst. Producenten die zich daar niet in verdiepen, zullen achterlopen op de concurrentie. Het hoeft helemaal niet te leiden tot saaie producten. Integendeel, want bedrijven die gebruik maken van gerecycled plastic kunnen een spannender product in de markt zetten en daar ook nog eens goed aan verdienen. Daarnaast moeten bedrijven zich voorbereiden op toekomstige wet- en regelgeving. In deze blogpost probeer ik uit te leggen hoe. Dat zal ik doen aan de hand van een drietal trends. Ook zal ik kort stilstaan bij de mogelijkheden voor financiering.

1. Consument wil betalen voor duurzaamheid

Ons reptielenbrein is gevoelig voor kleuren. Vandaar dat marketeers de laatste decennia producten hebben ontworpen in alle kleuren van de regenboog. Toch zijn de voorkeuren van consumenten aan het veranderen. Voor een groeiende groep consumenten speelt duurzaamheid een belangrijke rol in het aankoopgedrag. Uit onderzoek van ABN AMRO blijkt dat ruim 40 procent van de Nederlandse consumenten bereid is meer te betalen voor een product indien het duurzaam is.

Kunststof recyclaat wordt al vele jaren gebruikt voor producten als bloempotten en tuinmeubels. Toch zijn veel consumenten zich daar helemaal niet van bewust. Hier ligt een mooie kans voor bedrijven. Indien een product is gemaakt van recyclaat, zou de producent daar veel ruchtbaarheid aan moeten geven. Wellicht is het dus zelfs mogelijk een hogere prijs voor dit product te vragen. Het gebruik van recyclaat kan zo zelfs bijdragen aan de identiteit van een merk. Een bekend voorbeeld is de Britse cosmeticaproducent Lush. De verpakkingen, gemaakt van gerecycled plastic, zijn grijs of zwart. De eigen winkels van dit merk hebben daardoor een heel herkenbare uitstraling. De producten zijn vanwege hun bijzondere imago juist relatief hoog geprijsd.

2. Wet- en regelgeving zal recycling noodzakelijk maken

De Nederlandse overheid wil dat ons land in 2050 volledig circulair is. Dat wil zeggen dat grondstoffen zoveel mogelijk worden hergebruikt, zodat zowel afvalstromen als de CO2-uitstoot worden beperkt. Ook de Europese Unie wil circulariteit stimuleren. Ik verwacht dat producenten in de toekomst zullen worden verplicht gerecycled materiaal te gebruiken. Bekende bedrijven als Ikea en Lidl sorteren al voor op dit toekomstscenario. Ikea heeft 1 miljard euro gereserveerd “om de aanvoer van duurzame grondstoffen voor de lange termijn veilig te stellen”. De meubelgigant gaat er kennelijk vanuit dat er in de toekomst een tekort aan gerecyclede materialen kan ontstaan. Vooruitlopend hierop nam Ikea een ‘strategisch belang’ van 15 procent in plasticrecyclingbedrijf Morssinkhof Rymoplast om de aanvoer al veilig te stellen.

Producenten kunnen hierop ook vooruitlopen door producten zo te ontwerpen dat ze eenvoudiger kunnen worden gerecycled, bijvoorbeeld door het gebruik van lijm te beperken. Producten die bestaan uit verschillende materialen die met elkaar zijn verlijmd laten zich moeilijk recyclen. Een slimme ontwerper van verpakkingen zorgt er daarom voor dat de verpakking uit één materiaal bestaat, of uit meerdere delen die eenvoudig te scheiden zijn, bijvoorbeeld een plastic bakje met een kartonnen wikkel. Matrassenproducent Auping ging een samenwerkingsverband aan met DSM-Niaga om een lijm te ontwikkelen die loslaat onder invloed van magnetron- of infraroodstraling. Op die manier ontwikkelde Auping een ‘circulair’ matras, dat eenvoudig te recyclen is.

3. Product-as-a-Service

Een beproefd circulair verdienmodel is Product-as-a-Service. Daarbij blijft de leverancier eigenaar van het product en betaalt de klant voor het gebruik, bijvoorbeeld in de vorm van huur of abonnementsgeld. Over het algemeen is de leverancier ook verantwoordelijk voor het onderhoud. Doordat de leverancier een financiële prikkel heeft om producten te maken die lang meegaan en weinig onderhoud vergen, kan de klant rekenen op een product van hoge kwaliteit. Indien het product onverhoopt toch kapot gaat, draagt de leverancier zorg voor reparatie of vervanging. De klant wordt daarmee ontzorgd en voor de leverancier resulteert een dergelijk verdienmodel in een stabiele kasstroom.

Gebruikers van het model kunnen zeer wel concurreren met bijvoorbeeld leveranciers die goedkopere producten van lagere kwaliteit leveren. Indien het product dankzij de hoge kwaliteit lang meegaat, kan de leverancier het product dan misschien zelfs goedkoper aanbieden dan vergelijkbare producten van lagere kwaliteit. Dat resulteert in lagere kosten voor de klant en een hogere marge voor de leverancier. Een voorbeeld van een bedrijf dat goede ervaringen heeft met dit verdienmodel is liftfabrikant Mitsubishi.

Dergelijke verdienmodellen kunnen ook werken bij kunststof producten. Zo heeft de drankenindustrie een organisatie opgezet die pallets verhuurt aan vrijwel alle Nederlandse bierbrouwers, een groot aantal frisdrankfabrikanten en conservenfabrikanten. ‘Drankenpallet Beheer Nederland’ (DPB), zoals de organisatie heet, levert zeer sterke pallets, sinds 2012 gemaakt van 100 procent kunststof recyclaat, die vrijwel nooit kapotgaan. Indien een pallet toch kapot of versleten is, draagt DPB zorg voor recycling tot nieuwe pallets.

Conclusie

Producenten kunnen nog veel doen om meer gebruik te maken van recyclaat of om ervoor te zorgen dat hun producten eenvoudiger te recyclen zijn. Bedrijven kunnen daarmee waarde creëren voor de maatschappij, want recyclaat is veel minder belastend voor klimaat en milieu dan virgin plastic. Producten verduurzamen is meestal niet eenvoudig. Soms moet een product helemaal opnieuw worden ontworpen. Sommige producten zullen niet meer verkrijgbaar zijn in alle kleuren van de regenboog, maar voorlopig in vijftig tinten grijs. Dat kan even pijn doen. Vaak zal moeten worden samengewerkt met leveranciers en afnemers om een duurzaam product tot een succes te maken. Terug naar de tekentafel dus, het liefst samen met andere partijen in de keten.

Dat kost moeite, maar de potentiële voordelen zijn groot. Voor producenten kan het gebruik van recyclaat resulteren in een hogere marge, want een groeiende groep consumenten is bereid extra te betalen voor duurzaamheid. Indien het duurzame product niet via de prijs leidt tot een hogere marge, is het misschien wel mogelijk de productiekosten te drukken. Wat betreft de langere termijn is het duidelijk: duurzaam ondernemende bedrijven hebben de toekomst. Producenten die nu al moeite doen om hun producten duurzamer te maken, zijn goed voorbereid op toekomstige wet- en regelgeving en komen tegemoet aan de wensen van een groeiende groep consumenten en opdrachtgevers. Overigens worden er technieken ontwikkeld om recyclaat te kleuren, dus het probleem van de grauwe tint is waarschijnlijk van voorbijgaande aard.

Mogelijkheden voor financiering

Tot slot de beloofde informatie over de mogelijkheden voor financiering. Net als circulair ondernemen is ook het bancair financieren van circulaire verdienmodellen niet eenvoudig. Het vergt maatwerk. Over het algemeen is het relatief eenvoudig om een financiering te verstrekken indien er sprake is van langlopende contracten met afnemers. Dat zorgt voor een zekere voorspelbaarheid van de kasstroom, waaruit rente en aflossing kunnen worden betaald. Een voorbeeld is de eerder genoemde dienst M-Use van liftfabrikant Mitsubishi, waarbij de klant de lift huurt. ABN AMRO heeft samen met Mitsubishi een constructie bedacht waarin ABN AMRO op basis van een langlopend contract een leasefinanciering verstrekt.

Per verdienmodel en per situatie zullen de mogelijkheden voor financiering moeten worden bekeken. Aangezien ABN AMRO voorop wil lopen op het gebied van circulariteit, gaan wij daarover graag met u in gesprek.

Albert Jan Swart

Deze blog is onderdeel van een serie waarin diverse schrijvers zijn uitgenodigd hun persoonlijke visie te geven op een uitdaging om vraag en aanbod van gerecyclede kunststoffen van huishoudelijk afval beter op elkaar aan te sluiten.

Wilt u reageren op deze blog, stuur dan een email naar KVG@rws.nl.


Albert Jan Swart - fotograaf Hannie Verhoeven

Albert Jan Swart

Albert Jan Swart is sectoreconoom bij ABN Amro. Binnen de afdeling Sector Advisory richt hij zich op de sectoren Industrie en Transport & Logistiek. Hij doet onderzoek naar nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van technologie of de arbeidsmarkt.

Zijn aandacht gaat ook uit naar de manier waarop ondernemers op deze ontwikkelingen proberen in te spelen bij het bepalen van hun strategie. Hij gaat graag bij bedrijven langs om daarover in gesprek te gaan.

Voorheen werkte Albert Jan als financieel journalist, onder meer bij De Telegraaf, en als data-analist op de afdeling Strategie bij informatieleverancier Elsevier, onderdeel van RELX Group.

Studeren deed hij ook: Duits (in Berlijn), Nederlands (in Nederland) en Bedrijfskunde (aan Nyenrode).