Blog Circulair inkopen: een uitdagende transitie

23 april 2019

Inkoop heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld van een primair operationele tot een meer strategische functie. Natuurlijk bestaan er nog steeds verschillen tussen branches en bedrijven, maar deze trend is onmiskenbaar. Deze belangrijkere rol schept ook verwachtingen en brengt bepaalde verantwoordelijkheden en verplichtingen met zich mee, bijvoorbeeld als het gaat om de transitie naar een circulair economie. Deze transitie vergt een andere manier van werken voor professionals werkzaam in inkoopfuncties, zowel in private als publieke organisaties.

Circulair inkopen vraagt om improvisatie en uithoudingsvermogen

Mijn stelling is dat we ondernemende inkopers nodig hebben om deze uitdaging aan te gaan.
Inkopers kunnen een cruciale bijdrage leveren om tot succesvolle circulaire ketens te komen, maar dat vraagt allereerst wel echt ketengericht denken. Er zullen immers producten en grondstoffen retour komen om hergebruikt te worden, met voor circulaire inkopers een beoogde regierol als ‘poorthouder’ voor die materiaalstromen. Dit zal in overleg met andere bedrijfsfuncties ook intern de nodige aanpassingen vergen. Het doel is dan niet meer zo scherp mogelijk inkopen, maar juist het genereren van waarde door nieuwe markten aan te boren voor circulaire oplossingen en/of ketens sneller, beter en goedkoper te maken.
Kortom, de circulaire inkoper is een creatieve verbinder met lef om te komen tot een optimaal presterende circulaire keten.
Intern zal samenwerking vaak in cross functionele teams plaatsvinden, extern zijn leveranciers nodig met specifieke expertise op hun deel van de keten. Daarbij is het bijna onvermijdelijk dat er leergeld betaald zal worden, dit soort transities zullen zelden helemaal volgens planning verlopen. Het invoeren en verankeren van een circulaire werkwijze in ketens is geen ‘trucje’, het zal dus van inkopers improvisatie en uithoudingsvermogen vergen.

Pioniers

Dat klinkt als een stevige uitdaging en dat is het ook, maar het gebeurt al wel. Een aantal pioniers, zowel uit de publieke als private sector, zijn vanaf 2013 bezig binnen de Green Deal Circulair Inkopen (GDCI). Binnen deze Green Deal werken organisaties aan het aanjagen van een circulaire economie via hun inkoopbeleid. De GDCI kan met recht een publiek-privaat initiatief genoemd worden, met deelnemers als ING, Philips, Interface, Landal Greenparks, Rijkswaterstaat, diverse gemeenten, provincies en ministeries. Deelnemende organisaties committeren zich aan het opstarten van minimaal twee circulaire inkooppilotprojecten of het opschalen van eerder uitgevoerde pilots. Verder is de GDCI echt een mooi voorbeeld van een lerend netwerk. Via zogenaamde Community of Practicebijeenkomsten delen deelnemende organisaties opgedane kennis en ervaringen, zowel de positieve als de minder geslaagde, met elkaar. Deze bijeenkomsten zijn inspirerend, maar vooral ook bijzonder waardevol om deelnemers te ondersteunen bij het verder ontwikkelen van hun eigen projecten.

Stadskantoor_Venlo

Stadskantoor Venlo – circulaire principes

Even kort twee aansprekende GDCI-voorbeelden. Het Stadskantoor van Venlo is letterlijk en figuurlijk een blikvanger. Bij de bouw van dit in oktober 2016 geopende kantoor stonden circulaire principes centraal. Zo genereert het gebouw een groot deel van de eigen energiebehoefte en zijn ook de kantoormeubelen circulair ingekocht. De in het oog springende groene muur behoort met ruim 200 m2 tot de grootste in Europa en heeft als functie om de buitenlucht van Venlo verder te verbeteren. In het interieur worden groene muren ingezet voor het regelen van onder andere vochtigheid en zuurstofgehalte. En bij het ontwerp van het Stadskantoor is er rekening mee gehouden dat gebruikte materialen aan het eind van de levensduur niet op de stort belanden. Daarmee ontstaat dus een kringloop van grondstoffen.

Landal Greenparks – circulair inkoopinitiatieven

Een ander inspirerend voorbeeld is te vinden bij Landal Greenparks. In deze organisatie met ruim 75 parken en 13.000 vakantiewoningen is zeker circulaire winst te realiseren. Circulair inkopen zit nog in de startfase, maar er lopen al wel meerdere initiatieven. Voor de inkoop van bedden en matrassen is Landal samen met Auping en Renewi bezig om het logistieke proces te verbeteren, inclusief een retoursysteem en een service om via het verlengen van de levensduur grondstoffen te besparen. Een prima case dus om het belang van zowel levenscyclusanalyses als ketensamenwerking te illustreren. Een ander voorbeeld binnen de Landal-organisatie betreft de inkoop van verpakkingsmaterialen. Voor de snackverpakkingen is bijvoorbeeld gekozen voor materialen op basis van suikerriet.
De website www.gdci.nl bevat nog veel meer (verwijzingen naar) inspirerende praktijkcases en ook nuttige onderstaande materialen, zoals bijvoorbeeld de Wegwijzer Circulair Inkopen.

Circulaire inkoper als verbinder

Specifiek voor kunststoffen is recent het programma Kunststof Verpakkingsafval als Grondstof (KVG) van start gegaan, een initiatief van Rijkswaterstaat en het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV). Eind 2018 zijn 15 pilots gestart om de toepassing van recyclaat van huishoudelijk kunststof verpakkingsafval verder te stimuleren. Een mooi voorbeeld is de zoektocht naar innovatieve, circulaire verpakkingen in de Nederlandse sierteelt. Nederland heeft internationaal een sterke positie in deze sector, dat gaat echter wel gepaard met een grote hoeveelheid kunststof verpakkingen. De inkoopuitdaging is om praktisch toepasbare en betaalbare alternatieven te vinden die (groten)deels zijn gemaakt van gerecycled huishoudelijk plastic afval.
Uiteraard is het nog te vroeg voor concrete resultaten, maar voor inkoop is het zeker een uitdaging om markten te vinden voor dit type secundaire grondstoffen. De bij de KVG-pilots betrokken marktpartijen worden actief ondersteund door Rijkswaterstaat, KIDV, MVO Nederland en Polymer Science Park. Net als bij de GDCI worden Community of Practicebijeenkomsten georganiseerd om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren. Procesmatig zijn deze bijeenkomsten een belangrijke succesfactor bij de transitie naar circulaire ketens. Inhoudelijk geldt dat zeker voor ketensamenwerking. Zoals eerder beoogd, kan de ondernemende circulaire inkoper in dit soort trajecten een belangrijke rol als verbinder spelen. Eind 2019 worden de KVG-pilots afgerond, hopelijk resulterend in nieuwe inzichten om tot circulaire kunststofketens te komen.

Versnelling noodzakelijk

Concluderend kan dus worden gesteld dat er al inspirerende voorbeelden zijn waar circulair inkopen in de praktijk wordt toegepast. Er is echter een versnelling nodig om het circulaire ‘virus’ te verspreiden in ketens. Dat vergt een inspanning van vele partijen, initiatieven zoals de GDCI en KVG kunnen daarbij een belangrijke aanjaagrol vervullen. Het is ook geen toeval dat overkoepelende organisaties zoals MVO Nederland en de Nederlandse Vereniging voor Inkoopmanagement (NEVI) nauw betrokken zijn bij deze initiatieven.
Verder kan de overheid in deze transitie een dubbelrol spelen. Enerzijds kan ze via wet- en regelgeving circulaire oplossingen stimuleren dan wel blokkades wegnemen. Anderzijds kan de overheid via haar publieke inkoopfunctie zelf een aanjager zijn van innovatieve, circulaire oplossingen. Het is wat dit betreft dus bemoedigend dat er bij de GDCI meerdere publieke organisaties betrokken waren. Het is in het kader van de transitie naar een circulaire economie te hopen dat ook hier geldt ‘een goed voorbeeld doet volgen’.

Bart Vos

Deze blog is onderdeel van een serie waarin diverse schrijvers zijn uitgenodigd hun persoonlijke visie te geven op een uitdaging om vraag en aanbod van gerecyclede kunststoffen van huishoudelijk afval beter op elkaar aan te sluiten.

Wilt u reageren op deze blog, stuur dan een email naar KVG@rws.nl.


Bart_Vos_NEVI

Bart Vos

Prof. dr. ir. Bart Vos studeerde in 1987 af als bedrijfskundig ingenieur aan de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e), waar hij in 1993 ook promoveerde. Na diverse functies bij de Tilburg University (TiU), INSEAD, PwC Management Consultants en de TU/e, werd hij in mei 2003 aan TiU benoemd als NEVI hoogleraar Inkoopmanagement. Hij publiceert, presenteert en doceert regelmatig over verschillende onderwerpen binnen het vakgebied. Daarbij ligt het accent op zijn lopende onderzoeksthema’s: het ontwikkelen van relaties met leveranciers, global sourcing en maatschappelijk verantwoord inkopen. Verder is Bart sinds 2015 projectleider van het onderzoeksproject ‘circulair inkopen’, onderdeel van het NWO programma Duurzame Business Modellen.